Een gemiddelde poli-afspraak door de ogen van een co

Als co-assistent haal ik de patiënt uit de wachtruimte. Patiënt én partner lopen braaf achter me aan, kijken rond in de lege kamer en denken zichtbaar: “Huh, is zij de dokter?”
Nee dus.

Pas als iedereen zit, stel ik mezelf voor: “Ik ben Zara Kleijn, de co-assistent, oftewel arts in opleiding.” Ik leg uit dat ik het gesprek en lichamelijk onderzoek zal doen, daarna alles overdraag aan de arts, en dat ze dan nog een keer worden gezien. De eerdere verwarring verdwijnt en gelukkig stemt men altijd in. Misschien uit vertrouwen, misschien uit berusting.

(Over mijn eerste week als co-assistent schreef ik eerder al dit blog. Lees hem HIER.)

De start van het gesprek

Dan de openingsvraag: “Kunt u vertellen waarom u hier bent vandaag?”
En daar begint het avontuur.

De één komt met een keurig compact verhaal en een duidelijke hulpvraag. De ander presenteert een half boekwerk aan klachten dat totaal niet overeenkomt met de verwijsbrief. En soms is er de patiënt die eerlijk toegeeft: “Geen idee eigenlijk, mijn huisarts zei dat ik hierheen moest.”
Een categorie die me altijd blijft verbazen.

Nieuw sinds kort: de patiënt die met behulp van ChatGPT een lijstje vragen heeft voorbereid. Handig, denk ik, tot ik merk dat de lijst meer weg heeft van een speurtocht door het Nieuw Groot Medisch Handboek.

De tractusanamnese: ja/nee is nooit echt ja/nee

Na de hulpvraag en psychosociale anamnese volgt de tractusanamnese. Ik leg braaf uit dat dit vooral korte ja/nee-vragen zijn, zodat ik een compleet beeld krijg. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk… niet echt.

  • “Heeft u hartkloppingen?”
  • “Soms wel, ja.”
  • “Wanneer dan?”
  • “Als ik heb gesport.”
    Oké, noted: geen hartkloppingen.
  • “Ziet u wel eens dubbel?”
  • “Ja.”
  • “Kunt u dat uitleggen?”
  • “Soms als ik lees, zie ik de letters wazig.”
  • “Dus u ziet een woord niet twee keer?”
  • “Nee, gewoon een beetje wazig.”
    Conclusie: patiënt ziet niet dubbel.

En dan de klassieker:

  • “Hoe is uw geheugen?”
  • “Prima hoor.”
    Ondertussen zit de partner hevig te schudden. Het contrast kan bijna niet groter zijn.

Lichamelijk onderzoek

Het lichamelijk onderzoek gaat meestal soepel. Al heb ik geleerd dat er verschil is tussen “afwijkend” en “écht afwijkend”. Bij neurologie kon tachtig procent van de oudere patiënten geen fatsoenlijke koorddansersgang lopen, maar dat hoorde blijkbaar gewoon bij de leeftijd. Wat voor mij de eerste paar dagen afwijkend leek, bleek eerder “binnen verwachting”.

Het verschil tussen co-assistent en arts

Na het gesprek en onderzoek stuur ik de patiënt terug naar de wachtruimte en draag alles over aan de arts. Samen zien we de patiënt opnieuw. Waar ik patiënten nog beleefd alles laat vertellen, hakt de arts kordaat in en stuurt het gesprek razendsnel richting de kern. Niet-relevante klachten vallen ineens buiten het speelveld. En de patiënt? Die vindt het prima. Het idee dat iemand met meer kennis en ervaring nu het eindoordeel velt, geeft vertrouwen.

Aan het eind bedanken ze de arts hartelijk en wensen míj succes met mijn opleiding. Een subtiel verschil in status. Ik vraag de arts nog om een tip en top voor mijn portfolio. Het antwoord is meestal kort, waardoor ik zelf wat creatieve invullingen doe wanneer ik het noteer in mijn portfolio.

En dan: op naar de volgende patiënt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven