Tentamenstress en Faalangst Tijdens Je Medische Studie
Ik heb best lang gedacht dat tentamenstress gewoon “bij de studie hoorde”. Zeker in de medische wereld: geneeskunde, farmacie, biomedische wetenschappen, tandheelkunde… iedereen is slim, iedereen werkt hard, iedereen lijkt het te overleven. Dus wat klaag je dan?
Tot ik merkte dat mijn zenuwen me niet alleen nerveus maakten, maar ook gingen knagen aan mijn zelfvertrouwen.
Niet “ik ben zenuwachtig voor dit tentamen”.
Maar: “wat als ik hier niet voor gemaakt ben?”
En ja, dat vreet energie.
Het is niet alleen een tentamen, het is een soort oordeel over je toekomst
Bij veel opleidingen kun je een tentamen zien als gewoon een momentopname. Maar in medische richtingen voelt het vaak groter. Het gaat niet alleen over kennis, maar over later. Over verantwoordelijkheid. Over competent zijn.
Ik had een periode waarin ieder vak ineens zwaar voelde. Niet per se omdat de stof onmogelijk was, maar omdat ik continu dacht:
– Ik moet dit kunnen, anders hoor ik hier niet.
– Iedereen lijkt dit te snappen, behalve ik.
– Straks val ik door de mand.
Wat misschien het meest frustrerend is: je kunt rationeel snappen dat dit niet klopt, en je tóch zo voelen.
Die typische week voor een tentamen…
Het is bijna een standaardritueel voor de gemiddelde medisch student:
- een te optimistisch studieschema dat na drie dagen al niet meer klopt
- koffie als levensonderhoud
- te laat naar bed, want “nog even dit hoofdstuk”
- en ondertussen dat stemmetje dat je herinnerd aan alle dingen die je nog níét weet
Ik heb vaak zat met mijn laptop open gezeten, al drie keer dezelfde alinea gelezen, en toch geen idee gehad wat er stond. Niet omdat het niet te begrijpen was, maar omdat stress letterlijk alles blokkeerde.
En dan stuur je iemand een appje:
“Hoe gaat het leren?”
En je krijgt terug:
“Ja gaat wel, heb bijna alles gehad.”
En dan voel je je zo achterlijk achterlopen.
Tijdens het tentamen is het niet alleen strijd met de vragen, maar vooral met jezelf
Ik heb tentamens gehad waarbij ik de vragen las en dacht: hé, dit heb ik gezien, dit kan ik.
En tegelijk zat er een soort tweede commentaarstem in mijn hoofd die alles onderuithaalde:
– “Dit is vast te simpel, je mist iets.”
– “De rest weet dit sowieso beter.”
– “Je vult nu iets in dat later super dom blijkt.”
Het is bizar hoe je soms niet bezig bent met antwoord geven, maar met je eigen twijfel managen.
En daarna komt misschien wel het irritantste moment van alles: mensen die buiten met elkaar antwoorden gaan vergelijken.
Ik haat dat moment.
Je staat erbij, je luistert, iemand zegt een antwoord waar jij iets anders had ingevuld, en hop… weer tien procent zelfvertrouwen weg.
En dan krijg je je cijfer terug
Soms is het gezakt. Dat is vervelend. Echt. Dan kun je wel “van falen leer je” roepen, maar dat helpt niet altijd. Het doet gewoon pijn. Het is vermoeiend. En het maakt het volgende tentamen meestal nóg zwaarder.
Maar vaak haal je het dus wel. Soms gewoon prima.
En dat is een apart gevoel: opluchting, maar ook de vraag:
Heb ik mezelf nou wéken voor niks zo gek gemaakt?
Wat ik intussen een beetje heb geleerd (zonder te doen alsof ik het allemaal weet)
Ik ga niet zeggen dat ik nu zen ben. Dat ik alles onder controle heb. Echt niet. Maar dit helpt mij in elk geval:
- eerlijk zijn in plaats van cool doen
“Gaat wel hoor” vervangen door: “Ik vind dit best zwaar.” - praten met mensen buiten je bubbel
Soms zijn het juist geen-studiegenoten die nuchter doen. - stoppen met jezelf alleen maar meten aan anderen
Niemand laat zien hoe vaak ze janken boven hun samenvatting. - beseffen dat je studie belangrijk is, maar niet jouw hele identiteit
Je bent niet je cijferlijst.
En misschien het belangrijkste: stress betekent meestal niet dat je zwak bent.
Het betekent dat het je iets kan schelen.
Even heel eerlijk: je bent niet de enige
Of je nu farmacie doet, tandheelkunde, biomedische wetenschappen, verpleegkunde, geneeskunde, whatever: de druk is echt. De verwachtingen zijn hoog. De lat ligt idioot ver.
En ja, er zijn mensen die het allemaal moeiteloos lijken te doen.
Maar er zijn er minstens net zoveel die ’s avonds in bed liggen met:
– twijfel
– angst om te falen
– de vraag of ze later wel “goed genoeg” zullen zijn
Alleen daar praten we minder over. Er zijn weinig studenten die hun studentenleven voorkomen zonder een hertentamen te maken, dus af en toe falen moet kunnen.
Dus als jij iemand bent die vooral in stilte stress voelt: echt, je bent niet raar. Niet zwak. Niet de uitzondering. Je bent gewoon mens in een studie die soms onmenselijk aanvoelt. En misschien is dat mens-zijn uiteindelijk wel het belangrijkste wat we later mee moeten nemen.

