Imposter syndrome bij geneeskundestudenten: “Straks ontdekken ze dat ik hier niet hoor”
Misschien herken je het wel. Je zit in de collegezaal, loopt mee op de afdeling of staat tijdens een coschap bij een patiënt, en ineens is die gedachte er weer: straks stellen ze een vraag die ik niet kan beantwoorden. Je voelt je onzeker, terwijl het voor de buitenwereld lijkt alsof je alles prima onder controle hebt. Veel geneeskundestudenten lopen rond met dit gevoel, vaak zonder het uit te spreken. Dit wordt “imposter syndrome” genoemd, en het komt opvallend vaak voor binnen de opleiding geneeskunde.
Wat is imposter syndrome?
Imposter syndrome is het hardnekkige gevoel dat je succes eigenlijk niet terecht is. Dat je hier niet staat omdat je capabel bent, maar omdat je geluk hebt gehad of net niet door de mand bent gevallen. Goede cijfers, behaalde tentamens of positieve feedback geven hooguit tijdelijke opluchting, maar zelden echte trots. Er blijft een stemmetje dat fluistert dat het allemaal toeval is.
Wat dit zo verwarrend maakt, is dat imposter syndrome vaak voorkomt bij studenten die juist gemotiveerd, betrokken en kritisch zijn. Mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen en het goed willen doen. Het gevoel zegt dus niets over je geschiktheid, maar alles over hoe streng je voor jezelf bent.
Waarom juist geneeskundestudenten?
De studie geneeskunde vraagt veel van je. Niet alleen cognitief, maar ook emotioneel. Vanaf het begin wordt duidelijk gemaakt dat niet iedereen deze opleiding kan of mag volgen. Dat idee kan zich vastzetten, zelfs als je eenmaal binnen bent. Elke nieuwe fase; van bachelor naar master, van theorie naar coschappen, voelt weer als een nieuwe test die je moet “overleven”.
Daarbij komt dat je je voortdurend omringd weet door andere slimme en ambitieuze studenten. In werkgroepen en op de afdeling zie je vooral wat anderen goed doen. Hun onzekerheden zie je niet. Hierdoor kan het voelen alsof jij de enige bent die twijfelt, terwijl de rest moeiteloos lijkt mee te draaien.
Tijdens coschappen wordt dit vaak nog sterker. Je bent lerende, maar er wordt tegelijk van je verwacht dat je initiatief toont, verantwoordelijkheid neemt en professioneel overkomt. Het is logisch dat je je daarin onzeker voelt, maar veel studenten interpreteren die onzekerheid als falen.
Wat doet imposter syndrome met je?
Als imposter syndrome langer aanhoudt, kan het je behoorlijk uitputten. Misschien merk je dat je steeds harder gaat werken om geen fouten te maken. Of dat je continu alert bent, bang om iets verkeerd te zeggen. Sommigen durven minder vragen te stellen, uit angst dom over te komen. Anderen leggen de lat zo hoog dat ontspanning nauwelijks nog lukt.
Dit constante gevoel van “op scherp staan” kan leiden tot stressklachten, piekeren en op termijn zelfs burn-out. En dat terwijl je ooit aan geneeskunde begon met nieuwsgierigheid, motivatie en idealen.
Hoe herken je het bij jezelf?
Misschien zeg je vaak tegen jezelf dat je prestaties “wel meevallen”. Of dat je succes te danken is aan geluk. Misschien voel je je opgelucht als iets goed gaat, maar zelden echt tevreden. Ook het idee dat één fout alles zegt over jouw geschiktheid als toekomstig arts kan een teken zijn van imposter syndrome.
Het belangrijkste om te onthouden: deze gedachten zijn geen feiten. Ze voelen overtuigend, maar ze zijn niet objectief waar.
Wat kan helpen?
Het begint vaak met erkennen dat dit speelt. Door het gevoel te benoemen, haal je het uit de schaduw. Veel geneeskundestudenten zijn opgelucht als ze ontdekken dat ze hierin niet alleen zijn. Dus praat er over!
Daarnaast kan het helpen om milder naar jezelf te kijken. Je hoeft niet alles al te kunnen. Je bent hier om te leren. Fouten, twijfels en onzekerheid horen bij dat proces. Ze maken je niet onbekwaam, maar menselijk.
Als imposter syndrome je dagelijks functioneren beïnvloedt of je plezier in de studie wegneemt, is het geen teken van zwakte om hulp te zoeken. Integendeel. Begeleiding kan juist helpen om steviger in je rol te gaan staan.
Tot slot
Twijfelen aan jezelf betekent niet dat je ongeschikt bent voor het artsenvak. Vaak betekent het dat je betrokken bent, verantwoordelijkheid voelt en het graag goed wilt doen. Imposter syndrome bij geneeskundestudenten is geen uitzondering, het is eerder de standaard.
Je hoeft niet eerst “zeker genoeg” te zijn om hier te mogen staan. Dat je hier bent, zegt al genoeg!
Imposter syndrome bij geneeskundestudenten: “Straks ontdekken ze dat ik hier niet hoor”
Misschien herken je het wel. Je zit in de collegezaal, loopt mee op de afdeling…
Diergeneeskunde of Toch Gewoon Geneeskunde?
Wie diergeneeskunde studeert, krijgt de vraag vroeg of laat bijna onvermijdelijk: “Waarom geen geneeskunde?” Of…
Werken Naast Je Studie: Over- of Underrated?
Voor veel studenten voelt werken naast je studie als iets wat er “ook nog bij…
Is Geneeskunde Lastiger dan Biomedische Wetenschappen?
Veel studenten die een studie in de gezondheids- en medische sector overwegen, vragen zich af:…
Student & Event week 3: Organiseer een Schilderij Roulette
Soms heb je gewoon zin om iets met je vrienden of huisgenoten te doen dat…
Tentamenstress en Faalangst Tijdens Je Medische Studie
Ik heb best lang gedacht dat tentamenstress gewoon “bij de studie hoorde”. Zeker in de…

