De eerste keer ‘falen’ tijdens je studie
Ik duw de deur van de tentamenzaal open en het voelt alsof ik letterlijk een andere wereld binnenstap. Buiten is alles hetzelfde: mensen op hun telefoons, fietsen die voorbij zoeven, iemand die lacht. Maar in mijn hoofd is er iets verschoven. Ik wéét het zeker: ik heb het niet gehaald.
En dat is nieuw. Falen was nooit een optie.
Ik ben altijd degene geweest die het wel redde. Niet per se zonder moeite, maar uiteindelijk kwam het goed. Voldoende hier, soms zelfs een uitschieter daar. Het gaf een soort stille zekerheid: als ik maar mijn best doe, dan lukt het. Vandaag voelt dat ineens als een leugen waar ik zelf in ben gaan geloven.
Tijdens het tentamen begon het al te knagen. Vragen die nét anders waren dan verwacht. Formules die ik dacht te kennen, maar ineens niet meer kon plaatsen. Om me heen hoorde ik het krassen van pennen en het tikken op toetsenborden, alsof iedereen precies wist wat ze deden. Ik bleef hangen bij vraag drie. Daarna bij vier. En toen bij vijf. Op een gegeven moment was het geen tentamen meer, maar schadebeperking.
En nu sta ik hier, buiten, met dat ene harde besef: dit ga ik niet redden.
Het gekke is niet eens dat ik het waarschijnlijk niet gehaald heb. Het gekke is wat dat met me doet. Alsof er een stukje van mijn identiteit wankelt. Als je altijd “iemand bent die het haalt”, wat blijft er dan over als dat ineens niet meer zo is?
Er zit ook schaamte. Niet eens omdat iemand anders het weet—niemand weet het nog. Maar omdat ík het weet. Omdat ik mezelf altijd heb verteld dat falen iets is wat mij niet echt overkomt. Dat klinkt arrogant als ik het zo opschrijf, maar het zat er wel, ergens onder de oppervlakte.
En toch, terwijl ik hier sta en mijn fiets van het slot haal, sluipt er ook iets anders naar binnen. Iets kleins, maar aanwezig: misschien hoort dit er gewoon bij.
Misschien is dit precies het moment waar iedereen het over heeft, maar waar je pas echt iets van snapt als het je zelf overkomt. Dat falen niet meteen betekent dat je dom bent, of lui, of “niet goed genoeg”. Dat het soms gewoon betekent dat iets niet lukte. Punt.
Ik weet nog niet precies wat ik hiermee moet. Ik ga het hertentamen doen, natuurlijk. Ik ga mopperen, misschien even zielig zijn, waarschijnlijk te veel analyseren wat er misging. Maar ergens voelt het ook alsof er iets is opengebroken.
Alsof de druk om altijd maar te moeten slagen, heel even barstjes heeft gekregen.
Misschien is dit de eerste keer dat ik faal.
Maar misschien is het ook de eerste keer dat ik leer dat dat niet het einde is.

