De gevreesde hiërarchie tijdens de coschappen

Als co-assistent onthoud je vaak niet alleen welke operatietechniek iemand gebruikte of welke hechting gekozen werd. Je onthoudt ook hoe iemand je liet voelen in een ruimte waar jij degene bent met het minste ervaring, het minste zelfvertrouwen en het minste overzicht.

Je hoort tijdens je opleiding behoorlijk wat verhalen over de hiërarchie in ziekenhuizen en de sfeer op de OK. Vooral chirurgische coschappen gaan gepaard met verhalen over snauwende artsen, co-assistenten die worden afgebrand en mensen die vooral bezig zijn met niet in de weg lopen. Tijdens mijn coschap heelkunde viel dat me juist enorm mee. Af en toe moest ik inderdaad boze blikken vermijden van OK-assistenten die er geen vertrouwen in hadden dat ik wel echt wist wat steriel betekende, maar de meeste mensen waren aardig, maakten grapjes en legden dingen uit. Veel artsen noemden me hun “collega” tegenover patiënten, “jonge collega” weliswaar, maar ik waardeerde die subtiele uiting van respect en vertrouwen, ook al weet ik niet zo veel over het vak als zij.

Ik dacht dat ik er goed vanaf was gekomen, tot ik tijdens een dag op OK bij een snijdend specialisme toch echt een rotte appel tegen kwam.

De arts kwam binnen en zei vrijwel direct:
“Ik ben van de oude garde. Ik zeg geen alsjeblieft of dankjewel. Ik ben van het korte.”

Daarop reageerde ik luchtig: “Oh, dat hoeft ook niet hoor.” Waarop direct terugkwam: “Het maakt me niet uit of dat hoeft. Ik doe dat gewoon niet.”

Zo. De toon was gezet. En ik wist even niet hoe ik moest reageren.

Even later, in een poging om een wat betere band te creëren, stelde ik een vraag waar ik direct spijt van had: “Waar ben je opgeleid?”

De reactie kwam meteen: “Ik irriteer me eraan dat je me nu ‘je’ noemt. Dat moet je verdienen. Jij komt zeker uit Nijmegen? Co-assistenten uit … zouden dat nooit doen.”

Ik besefte me dat hij gelijk had, ik had het beter anders kunnen doen, maar mijn maag belandde in een knoop die er de rest van de dag niet meer uitging.

Natuurlijk is het fijner om terecht te komen bij artsen die je enthousiast maken voor het vak, maar ergens leer je ook van dit soort ervaringen. Al is het maar omdat je daardoor steeds beter ontdekt wat voor arts je later zelf wél, en juist níét, wilt zijn.

En gelukkig overheersen uiteindelijk vooral de positieve mensen. De chirurgen die grapjes maken tijdens een lange operatie of die ene specialist die ondanks een krap programma zorgt dat jij de kans krijgt om een stukje te hechten. Dat zijn dan ook de mensen waar ik later op hoop te lijken.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven