De hel die ‘treinreizen naar de universiteit’ heet
Er zijn twee soorten studenten: studenten met een kamer in hun universiteitsstad, en studenten met karakter. Dat laatste zijn wij. De forenzen. De overlevers van de Nederlandse Spoorwegen. De mensen die hun dag beginnen met hoop… en eindigen met vertraging….
Mijn wekker gaat om een tijdstip dat eigenlijk alleen voor bakkers en existentiële crisissen bedoeld is. Buiten is het nog donker, mijn motivatie ook. Terwijl ik mezelf uit bed sleep, stel ik mezelf iedere ochtend dezelfde vraag: is een diploma dit echt waard?
Maar goed, we gaan. Want ja, aanwezigheidsplicht.
Eenmaal op het station begint het eerste level van de game: perron roulette. Op welk spoor komt de trein vandaag? Niemand weet het. De borden veranderen sneller dan mijn studieplanning. Spoor 3a… nee toch 5b… grapje, 2. Iedereen begint massaal te sprinten alsof het de Hunger Games zijn, maar dan met OV-chipkaarten en rugzakken.
Dan komt de trein eindelijk binnenrollen. Of nou ja, “binnenrollen”… meer “langzaam binnen kruipen terwijl hij je hoop de grond in boort”. Je stapt in en wordt meteen geconfronteerd met de realiteit: zitten is een privilege, geen recht. Je wurmt jezelf tussen een man met een te sterke koffieadem en iemand die luid TikToks kijkt zonder oortjes. Geweldig.
En dan begint het echte avontuur.
Want treinreizen zou treinreizen niet zijn zonder vertraging. Of zoals NS het noemt: “een kleine verstoring”. Die kleine verstoring betekent meestal dat je ergens midden in het niets stilstaat, terwijl een stem door de intercom zegt: “Dames en heren, door een onbekende oorzaak staan we even stil.” Onbekende oorzaak? Ik weet precies wat de oorzaak is: mijn keuze om te studeren.
Het mooiste moment is wanneer je moet overstappen. Je ziet op de app dat je nog precies 2 minuten hebt. Dat is te doen, denk je optimistisch. Je sprint het perron af, de trap op, weer naar beneden, alsof je auditie doet voor Expeditie Robinson of de nieuwe mission impossible film. En dan… zie je je trein. De deuren sluiten. De trein vertrekt. Jij staat daar, hijgend, zwetend, en emotioneel gebroken.
De volgende trein? Over 30 minuten.
Top.
Ondertussen probeer je nog iets nuttigs te doen. Studeren bijvoorbeeld. Maar dat is lastig als iemand naast je een broodje ei met mayo eet om 08:15 ’s ochtends. Of als er een groep middelbare scholieren binnenkomt die duidelijk besloten hebben dat deze coupé hun persoonlijke festivalterrein is.
En laten we het niet hebben over de zitplaatsen. Of beter gezegd: het gebrek daaraan. Als je eenmaal zit, laat je die plek niet meer los. Alles beter dan weer staan.
En dan heb je nog de “stiltecoupé”. In theorie een oase van rust. In praktijk een sociaal experiment. Er is altijd minimaal één persoon die luid aan het bellen is, iemand die met zijn tas twee stoelen bezet houdt, en jij, die te bang is om er iets van te zeggen maar wel passief-agressief zucht.
Na een reis die voelt als een kleine levensles in geduld, arriveer je eindelijk op de universiteit. Je bent moe, licht geïrriteerd en eigenlijk al toe aan weekend. Maar hé, de dag moet nog beginnen.
En ’s avonds? Dan mag je het hele circus opnieuw doen. Met extra chaos, want iedereen wil naar huis en de treinen zijn plots “korter dan gepland”.
Eenmaal thuis begin je serieus te twijfelen aan al je levenskeuzes, en groeit de wens voor een studentenkamer met de minuut. Misschien is het toch tijd om hospiteeravonden niet langer te zien als een sociale hel, maar als je enige kans op een beter leven. Maar toch blijft die stap spannend…..

