Obesitas, Ontsteking en Hartziekten: De Rol van Visceraal Vet

Jarenlang werd vetweefsel vooral gezien als een soort energieopslagplaats: als we meer eten dan we verbruiken, slaan we vet op; als we energie nodig hebben, breken we dat vet weer af. Inmiddels weten we dat dit beeld achterhaald is. Vooral visceraal vet (het vet rond de organen in de buik) blijkt een actief orgaan te zijn dat diepe invloed heeft op het lipidenmetabolisme, de glucoseregulatie, het immuunsysteem én de bloeddruk.

Obesitas is daarom niet slechts een risicofactor, maar door de Wereldgezondheidsorganisatie terecht benoemd tot een chronische ziekte, die bijdraagt aan diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten en mentale en lichamelijke gezondheidsproblemen.


Waarom vooral visceraal vet gevaarlijk is

Niet elk type vet is even schadelijk. Subcutaan vet (onder de huid) is relatief passief. Visceraal vet daarentegen is metabool zeer actief en functioneert bijna als een endocrien orgaan. Het produceert hormonen en signaalstoffen (de zogeheten adipokines) die allerlei processen in het lichaam beïnvloeden.

Bij obesitas ontstaat hierin een ongezonde verschuiving:

  • Toename van pro-inflammatoire cytokines zoals TNF-α en IL-6
  • Afname van beschermende hormonen zoals adiponectine
  • Toename van leptine, wat ontsteking en vaatvernauwing bevordert

Het gevolg? Een toestand van chronische laaggradige ontsteking die bloedvaten beschadigt, plaques laat ontstaan (atherosclerose) en de bloeddruk verhoogt.


Hoe obesitas de bloedvaten aantast

De ontstekingsstoffen uit vetweefsel beschadigen het endotheel (de binnenbekleding van bloedvaten). Hierdoor kunnen vetten zoals LDL-cholesterol zich makkelijker in de vaatwand nestelen. Tegelijkertijd zien we bij mensen met obesitas vaak een veranderd cholesterol profiel: Hogere triglyceriden, Verhoogd LDL-cholesterol, Verlaagd HDL-cholesterol (het gezonde cholesterol).

Dit ongunstige lipidenprofiel versnelt de vorming van atherosclerotische plaques, waardoor de kans op hartinfarcten en beroertes toeneemt.


Hypertensie: meer dan “alleen maar overgewicht”

Obesitas draagt ook stevig bij aan hoge bloeddruk. Dat gebeurt via meerdere mechanismen:

  1. Activatie van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS)
    Adipocyten produceren onder andere angiotensinogeen, wat leidt tot meer angiotensine II. Dit hormoon vernauwt bloedvaten, verhoogt de bloeddruk en stimuleert aldosteron, waardoor het lichaam zout en vocht vasthoudt.
  2. Toename van bloedvolume en vaatweerstand
    Meer lichaamsmassa betekent meer bloedvolume en hogere belasting van het hart.
  3. Hormonale ontregeling
    Verhoogde leptinespiegels en chronische ontsteking versterken de bloeddrukstijging.

Samen veroorzaken deze processen een vicieuze cirkel van vaatbeschadiging en hypertensie.


Wat kan gewichtsverlies écht doen?

Het goede nieuws is dat gewichtsverlies werkt, en vaak sneller dan mensen verwachten. Zelfs een gewichtsreductie van ongeveer 5%, vooral wanneer het buikvet afneemt, kan al grote gezondheidswinst opleveren. Zo neemt de activiteit van het RAAS-systeem af en daalt de bloeddruk gemiddeld met 5 tot 10 mmHg. Daarnaast verbeteren de vetwaarden in het bloed aanzienlijk: LDL-cholesterol en triglyceriden nemen met ongeveer 10 tot 30% af, terwijl het beschermende HDL juist stijgt. Ook verminderen ontstekingsmarkers zoals TNF-α en IL-6, waardoor de bloedvaten beter beschermd worden tegen verdere beschadiging en de ontwikkeling van atherosclerose wordt vertraagd.


Leefstijlinterventie: meer dan “gewoon afvallen”

Gezonde voeding, voldoende beweging, slaap, stressreductie en gedragsverandering vormen de basis. Ze verminderen visceraal vet, verbeteren de stofwisseling en herstellen deels de hormonale balans. In combinatie met medische begeleiding (en waar nodig moderne anti-obesitasmedicatie) kunnen deze interventies een effectieve impact hebben.

Toch is er een belangrijk inzicht: nieuw onderzoek laat zien dat vetweefsel een soort ‘epigenetisch geheugen’ kan behouden na obesitas. Dat betekent dat sommige negatieve effecten deels kunnen blijven bestaan, zelfs na succesvol gewichtsverlies. Daarom is primaire preventie (voorkomen dat obesitas/overgewicht ontstaat) minstens zo belangrijk als behandelen.


Conclusie

Vetweefsel is geen passief opslagsysteem, maar een actief orgaan dat bij obesitas uit balans raakt en daarmee het hart- en vaatstelsel rechtstreeks beschadigt. Vooral visceraal vet speelt hierin een hoofdrol. Toch biedt gewichtsverlies aantoonbare gezondheidswinst: minder ontsteking, betere vetwaarden, lagere bloeddruk en minder risico op atherosclerose.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven