Smeren of Riskeren? Wat We Écht Weten over Zonnebrand en de Zon 

Zodra de zon zich laat zien, trekken we massaal naar buiten. Maar met die heerlijke zonnestralen komt ook de terugkerende vraag: moeten we echt altijd zonnebrand gebruiken? Of valt het risico wel mee? En is zonnebrand zelf misschien zelfs schadelijk? 

In dit artikel duiken we in de actuele wetenschappelijke inzichten over zonnebrandcrèmes, hun veiligheid én de risico’s van onbeschermde blootstelling aan zonlicht. We onderscheiden feiten van fabels en geven je heldere handvatten voor verstandig gebruik. 

Waarom smeren we zonnebrand? 

Zonnebrandcrème beschermt de huid tegen ultraviolette straling, die door de zon wordt uitgezonden in de vorm van UVA en UVB stralen. Beide typen UV-straling veroorzaken DNA-schade: UVB direct via de vorming van zogeheten CPD’s en 6-4PP’s, en UVA indirect via vrije radicalen (oxidatieve stress). Deze schade is cumulatief en leidt tot huidveroudering, pigmentstoornissen en huidkanker. Huidkanker is een van de meest voorkomende soorten van kanker in Nederland en een op de zes mensen krijgt er mee te maken.  

Correct gebruik van zonnebrand vermindert deze schade aantoonbaar. Onderzoek toont aan dat dagelijks smeren het risico op melanoom met wel 50% verlaagt, zoals blijkt uit de Nambour Trial (Green et al., 2011). Zelfs SPF 15 gaf in dat onderzoek al significante bescherming. 

Hoe werkt zonnebrand? 

Zonnebrandcrèmes bevatten UV-filters die onder te verdelen zijn in twee hoofdgroepen: 

  • Chemische (organische) filters, zoals avobenzone, oxybenzone en octocrylene. Deze absorberen UV-straling en zetten die om in warmte of onschadelijke lichtenergie. Ze worden vaak gecombineerd om brede bescherming te bieden tegen UVA én UVB. 
  • Fysische (minerale) filters, zoals zinkoxide (ZnO) en titaniumdioxide (TiO₂). Deze weerkaatsen, verstrooien én absorberen UV-licht. Ze worden vaak gewaardeerd vanwege hun milde profiel, zeker bij gevoelige huid. 

Is zonnebrand veilig? 

Over het algemeen is het antwoord: “ja'”. Toch bestaan er zorgen over specifieke ingrediënten (vooral chemische filters). Hieronder een overzicht van de belangrijkste punten van zorg: 

  1. Systemische absorptie 

Studies tonen aan dat sommige chemische filters, zoals oxybenzone, octocrylene en homosalate, door de huid kunnen worden opgenomen en in meetbare hoeveelheden in bloed, urine en zelfs moedermelk terechtkomen (Matta et al., 2020). 

Hoewel deze niveaus hoger zijn dan de grens waarbij extra toxicologisch onderzoek vereist is, is er momenteel geen klinisch bewijs dat deze absorptie schadelijk is voor mensen. Toch waarschuwen toxicologen voor mogelijk hormonale of neurologische effecten op lange termijn, vooral bij herhaald gebruik. 

  1. Hormoonverstorende effecten 

Dierstudies wijzen uit dat bepaalde filters (zoals oxybenzone, octinoxate en homosalate) de hormonale balans kunnen verstoren, met effecten op geslachtshormonen en schildklierfunctie. 

In mensen is dit effect nog niet overtuigend aangetoond. Epidemiologische studies tonen slechts zwakke of inconsistente associaties met geboortemaat, cycluslengte of vruchtbaarheid. Meer onderzoek is nodig. 

  1. Benzofenon-vorming en carcinogenese 

Octocrylene kan bij afbraak kleine hoeveelheden benzofenon vormen. Dit is een stof met mogelijke carcinogene eigenschappen in diermodellen. 

Probleem gemarkeerd: De hoeveelheden in zonnebrand zijn laag, en er is geen bewijs dat dit bij mensen kankerverwekkend is bij normaal gebruik. Toch roept de aanwezigheid van deze stof vragen op over cumulatieve blootstelling. 

  1. Allergie en huidirritatie 

Allergieën voor zonnebrand zijn zeldzaam, en ontstaan eerder door geurstoffen of conserveringsmiddelen dan door UV-filters. Oxybenzone is wél een bekende fotoallergene stof. In dat geval zijn fysische zonnefilters vaak beter te verdragen. 

Zijn minerale filters altijd veiliger? 

Zinkoxide en titaniumdioxide staan bekend als veilige alternatieven. Ze worden als “veilig en effectief” (GRASE) beoordeeld door de FDA. Toch zijn er ook hier kanttekeningen: 

In nanopartikelvorm kunnen ze in vitro reactieve zuurstofsoorten (ROS) opwekken bij UV-blootstelling. 

Echter: in vivo studies tonen aan dat deze nanodeeltjes nauwelijks tot niet door de huid dringen (TGA, Australië, 2021). 

Vitamine D 

Zonlicht is essentieel voor de aanmaak van vitamine D. UVB zet cholesterol in de huid om in vitamine D3. De vraag is of zonnebrand die aanmaak belemmert. 

Het antwoord is genuanceerd: in theorie vermindert zonnebrand de vitamine D-productie, maar in de praktijk blijkt het effect minimaal (Neale et al., 2019). Waarom? 

-Mensen smeren meestal te weinig (gemiddeld 0,8 mg/cm² i.p.v. 2 mg/cm²). 

-Niet alle huid wordt ingesmeerd. 

-Zelfs bij SPF 50 dringt nog UVB door. 

Bij een UV-index van 3 of hoger maakt je lichaam binnen 10 tot 30 minuten al voldoende vitamine D aan, afhankelijk van je huidtype en hoeveel huid je blootstelt. Langdurig zonnen verhoogt de productie niet verder, want je lichaam reguleert dit zelf. In de herfst en winter is de zon in Nederland vaak te zwak voor voldoende aanmaak, waardoor suppletie dan aanbevolen kan zijn.

Feiten & Fabels 

“Zonnebrand is hormoonverstorend.” Niet bewezen bij mensen. Systemische opname is vastgesteld, maar zonder klinisch effect. 

“Donkere huid hoeft niet te smeren.” Onjuist. minder snel verbrand, maar nog steeds risico op DNA-schade en huidkanker. 

“Zonnebrand voorkomt vitamine D-aanmaak.” Overdreven. SPF laat UVB door; suppletie kan een tekort aanvullen. 

“Natuurlijke zonnebrand is altijd beter.” Niet per se. fysische filters zijn mild, maar ‘natuurlijk’ zegt niets over effectiviteit of veiligheid. 

Tot slot: Smeren is geen hype, maar een bewezen maatregel 

UV-straling is een erkend kankerverwekkend agens (IARC, 2007). Eén keer verbranden in je jeugd verhoogt al het risico op melanoom. Zonnebrand is dus geen overbodige luxe, maar een bewezen preventieve maatregel. Volgens epidemiologisch onderzoek verhoogt één keer ernstig verbranden voor je 20e levensjaar al significant het risico op melanoom op latere leeftijd. Dit komt doordat de huidcellen op jonge leeftijd gevoeliger zijn voor UV-schade én minder goed in staat zijn om DNA-schade te herstellen.

Wat kun je zelf doen? 

- Gebruik dagelijks een breedspectrum zonnebrand met SPF 30 of hoger. 
- Breng 20 minuten voor zonblootstelling voldoende aan (ongeveer 35 ml voor een volwassen lichaam). 
- Herhaal elke 2 uur, en altijd na zwemmen of zweten. 
- Combineer met schaduw, kleding en een zonnehoed. 
- Overweeg suppletie bij een tekort aan vitamine D. 

Conclusie: Smeren of Riskeren 

Zonnebrandcrèmes zijn bij correct gebruik veilig en essentieel in de bescherming tegen UV-schade en huidkanker. Hoewel sommige ingrediënten vragen oproepen, is er geen overtuigend bewijs voor schadelijke effecten bij mensen. Voor wie extra zekerheid wil, zijn zonnecrèmes met zinkoxide of titaniumdioxide een uitstekend alternatief, maar dekkende kleding blijft het meest effectief. Smeren dus! 

2 gedachten over “Smeren of Riskeren? Wat We Écht Weten over Zonnebrand en de Zon ”

  1. Pingback: Reanimatie op Vakantie: Hoe een Zonnesteek Mijn Zusje Redde én Mij Op Het Juiste Moment Bij een Verdrinking Bracht - medischmoment.nl

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven