Hashimoto en de overgang: waarom schildklierklachten kunnen terugkeren

Veel vrouwen met Hashimoto of hypothyreoïdie in de perimenopauze merken dat hun klachten rond de leeftijd van 40 tot 55 jaar plotseling verergeren. Vermoeidheid neemt toe, de hersenmist wordt erger, slapen gaat moeilijker, gewichtstoename lijkt onvermijdelijk en stemmingswisselingen worden frequenter. Opvallend genoeg gebeurt dit soms terwijl de bloedwaarden volgens de standaardreferenties nog steeds “normaal” zijn.

Steeds meer onderzoekers en artsen richten hun aandacht op een mogelijke verklaring: de complexe interactie tussen de (peri)menopauze, oestrogeenveranderingen, het transporteiwit TBG (thyroxine-binding globulin) en de beschikbaarheid van vrije schildklierhormonen. Hoewel dit onderzoeksgebied nog volop in ontwikkeling is, wijzen verschillende studies erop dat hormonale veranderingen tijdens de overgang een belangrijke invloed kunnen hebben op de schildklierfunctie en op de effectiviteit van schildkliermedicatie. Lees vooral verder als je geïnteresseerd bent.

De overlap tussen hypothyreoïdie / Hashimoto en perimenopauze

Een van de grootste uitdagingen is dat hypothyreoïdie en perimenopauze opmerkelijk veel symptomen gemeen hebben. Beide kunnen leiden tot:

  • Extreme vermoeidheid
  • Concentratieproblemen en brain fog
  • Geheugenklachten
  • Gewichtstoename
  • Depressieve gevoelens
  • Verminderd libido
  • Slaapstoornissen
  • Gewrichts- en spierklachten
  • Verminderde stressbestendigheid

Hierdoor ontstaat vaak een diagnostisch dilemma. Zijn de klachten het gevolg van een verslechterende schildklierfunctie, van de hormonale veranderingen van de overgang, of van beide?

Voor vrouwen met Hashimoto is deze vraag extra relevant. Anders dan vrouwen met een gezonde schildklier beschikken zij vaak over minder hormonale reserve. Kleine veranderingen in de beschikbaarheid van schildklierhormonen kunnen daardoor een grotere klinische impact hebben.

Wat is TBG en waarom is het belangrijk?

Om te begrijpen wat er tijdens de overgang kan gebeuren, is kennis van TBG essentieel.

TBG staat voor thyroxine-binding globulin, een eiwit dat in de lever wordt geproduceerd. Dit eiwit transporteert schildklierhormonen door het bloed.

Het grootste deel van het schildklierhormoon in de circulatie is gebonden aan transporteiwitten zoals TBG. Slechts een klein percentage circuleert als vrij hormoon:

  • Vrij T4 (FT4)
  • Vrij T3 (FT3)

Juist deze vrije hormonen zijn biologisch actief en kunnen cellen binnendringen om hun effecten uit te oefenen.

Wanneer de hoeveelheid TBG stijgt, wordt een groter deel van de beschikbare schildklierhormonen gebonden, en dus inactief. Hierdoor kan de verhouding tussen gebonden en vrije hormonen veranderen. Bij gezonde mensen compenseert de schildklier dit meestal vanzelf. Bij mensen die afhankelijk zijn van levothyroxine of een verminderde schildklierfunctie hebben, kan deze compensatie minder effectief verlopen.

Juist daarom krijgt de relatie tussen Hashimoto en perimenopauze steeds meer aandacht binnen de endocrinologie.

De rol van oestrogeen

Oestrogeen heeft een directe invloed op de productie van TBG in de lever. Dit mechanisme is al tientallen jaren bekend binnen de endocrinologie.

Vooral orale oestrogeenbehandeling stimuleert de lever om meer TBG aan te maken. Wanneer TBG stijgt, kunnen veranderingen optreden in de beschikbaarheid van vrije schildklierhormonen. Hierdoor kan bij sommige vrouwen de behoefte aan schildklierhormoon toenemen.

Dit verklaart waarom sommige vrouwen die jarenlang stabiel waren ingesteld op levothyroxine tijdens de overgang of na de start van hormoontherapie opnieuw klachten ontwikkelen.

Geïnteresseerd in endocrinologie en hormonen? Lees dan ook deze blog over natuurlijk testosteron boosten.

Wat zegt het onderzoek?

Een van de meest relevante studies op dit gebied verscheen in 2021. Onderzoekers bestudeerden postmenopauzale vrouwen met hypothyreoïdie die behandeld werden met verschillende vormen van estradiol.

De resultaten waren opvallend. Vrouwen die orale estradiol kregen ontwikkelden een duidelijke stijging van TBG. Daarnaast nam bij een deel van de deelnemers de behoefte aan levothyroxine toe. Ongeveer een derde van de vrouwen moest uiteindelijk de schildkliermedicatie aanpassen.

Bij vrouwen die transdermale estradiol kregen, bijvoorbeeld via een pleister of gel, werden deze effecten veel minder gezien.

De verklaring ligt waarschijnlijk in het zogenaamde first-pass effect van de lever. Orale hormonen passeren eerst de lever, waar zij de productie van TBG stimuleren. Transdermale toediening omzeilt dit grotendeels, waardoor de invloed op TBG aanzienlijk kleiner is.

Deze bevinding heeft belangrijke praktische consequenties voor vrouwen met hypothyreoïdie of Hashimoto in de perimenopauze die hormoontherapie overwegen.

Waarom transdermale hormoontherapie steeds meer aandacht krijgt

De laatste jaren verschuift de voorkeur van veel specialisten richting transdermale bio-identieke estradiolpreparaten, zoals pleisters en gels.

Dat heeft meerdere redenen:

  • Minder invloed op TBG
  • Minder invloed op levereiwitten
  • Stabielere hormoonspiegels
  • Vaak minder interactie met schildkliermedicatie

Hoewel hormoontherapie niet voor iedere vrouw geschikt is, suggereren de beschikbare gegevens dat transdermale toediening gunstiger kan zijn voor vrouwen met hypothyreoïdie dan orale preparaten.

De discussie rond vrij T3

Een onderwerp dat veel aandacht krijgt binnen patiëntencommunities is het vrije T3-gehalte.

Sommige vrouwen blijven klachten ervaren ondanks een normale TSH-waarde en een FT4 binnen de referentiewaarden. Daarbij wordt soms een relatief laag FT3 gevonden.

De interpretatie hiervan blijft wetenschappelijk controversieel. Mogelijke verklaringen zijn:

  • Verhoogde TBG-concentraties
  • Verminderde omzetting van T4 naar T3
  • Chronische ontsteking
  • Tekorten aan ijzer of selenium
  • Individuele verschillen in schildklierhormoonmetabolisme

Hoewel sommige onderzoekers suggereren dat deze factoren kunnen bijdragen aan persisterende klachten, bestaat er momenteel nog geen wetenschappelijke consensus dat een laag-normaal FT3 op zichzelf behandeling vereist.

Een geïntegreerde benadering

Voor vrouwen met Hashimoto die de perimenopauze ingaan, kan het daarom zinvol zijn om verder te kijken dan uitsluitend de TSH-waarde.

Een bredere evaluatie kan bestaan uit:

  • TSH
  • Vrij T4
  • Vrij T3
  • Schildklierantistoffen
  • IJzerstatus en ferritine
  • Vitamine B12
  • Vitamine D
  • Menopauzale hormoonstatus
  • Medicatiegebruik

Het doel is niet om laboratoriumwaarden te “optimaliseren” buiten de richtlijnen, maar om een volledig beeld te krijgen van factoren die de klachten kunnen beïnvloeden.

Conclusie

De overgang en de schildklier staan veel nauwer met elkaar in verbinding dan lange tijd werd gedacht. Bij vrouwen met Hashimoto of hypothyreoïdie kunnen hormonale veranderingen tijdens de perimenopauze leiden tot veranderingen in TBG en mogelijk ook in de beschikbaarheid van vrije schildklierhormonen.

Recente studies laten zien dat vooral orale oestrogeenbehandeling de behoefte aan schildklierhormoon kan beïnvloeden, terwijl transdermale bio-identieke estradioltherapie veel minder effect lijkt te hebben op TBG en de schildklierregulatie.

Hoewel nog niet alle vragen zijn beantwoord, groeit de wetenschappelijke belangstelling voor de complexe wisselwerking tussen de overgang en de schildklier. Voor veel vrouwen kan een beter begrip van deze relatie helpen verklaren waarom zij zich plotseling weer hypothyreoïd voelen, zelfs wanneer hun bloedwaarden ogenschijnlijk normaal lijken.

De komende jaren zal verder onderzoek moeten uitwijzen welke rol factoren zoals TBG, vrije T3-spiegels en verschillende vormen van hormoontherapie precies spelen in het welzijn van vrouwen met Hashimoto tijdens de overgang.

Bronnen

Cortellaro M, Nencioni T, Boschetti C, et al. Cyclic Hormonal Replacement Therapy After the Menopause: Transdermal Versus Oral Treatment. European Journal of Clinical Pharmacology. 1991;41:555-559.

Kaminski J, Mesa Junior C, Pavesi H, Drobrzenski B, Amaral GM. Effects of oral versus transdermal estradiol plus micronized progesterone on thyroid hormones, hepatic proteins, lipids, and quality of life in menopausal women with hypothyroidism: a clinical trial. Menopause. 2021;28(9):1044-1052. doi:10.1097/GME.0000000000001811.

Arafah BM. Increased Need for Thyroxine in Women with Hypothyroidism during Estrogen Therapy. New England Journal of Medicine. 2001;344(23):1743-1749. doi:10.1056/NEJM200106073442302.

Marqusee E, Braverman LE, Lawrence JE, Carroll JS, Seely EW. The Effect of Droloxifene and Estrogen on Thyroid Function in Postmenopausal Women. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism. 2000;85(11):4407-4410. doi:10.1210/jcem.85.11.6975.

Utiger RD. Estrogen, Thyroxine Binding in Serum, and Thyroxine Therapy. New England Journal of Medicine. 2001;344(23):1784-1785. doi:10.1056/NEJM200106073442310.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven