Laat eten en je stofwisseling: maakt het tijdstip van je avondeten uit?

Je komt laat thuis uit de bibliotheek, de sportschool of je bijbaan. Het is al na negenen wanneer je eindelijk een bord eten voor je hebt. Ergens hoor je de bekende voedingsregel weer: na acht uur kun je beter niets meer eten.

Maar waarom zou dezelfde maaltijd om zeven uur anders zijn dan om tien uur? Je lichaam kan toch niet ineens zien hoe laat het is?

Dat laatste kan het dus wél, in biologische zin. Onderzoek naar laat eten en je stofwisseling laat zien dat het tijdstip van een maaltijd invloed kan hebben op hoe je lichaam erop reageert. Alleen is dat nog geen reden om van acht uur een harde grens te maken.

Je stofwisseling volgt een dagritme


Je biologische klok helpt processen in je lichaam af te stemmen op het ritme van dag en nacht. Dat gaat verder dan slaperig worden. Ook de regeling van je bloedsuiker vertoont een dagritme.

Na een maaltijd komt onder meer glucose in je bloed terecht. Insuline helpt vervolgens om die glucose op te nemen en te verwerken. Hoe goed je lichaam de stijging van glucose kan opvangen, noemen we de glucosetolerantie.

In een gecontroleerde laboratoriumstudie konden onderzoekers de invloed van de biologische klok gedeeltelijk losmaken van het moment waarop deelnemers sliepen en aten. De glucosetolerantie was lager in de biologische avond dan in de biologische ochtend. Een kleinere vroege insulinereactie speelde daarbij waarschijnlijk een rol.[1]

Dat maakt de biologische avond een relevant begrip. Een laat tijdstip op de klok vertelt niet bij iedereen precies hetzelfde verhaal over het interne dagritme.

Dezelfde voeding op een later tijdstip


Een kleine gerandomiseerde crossoverstudie maakt het effect van maaltijdtiming concreet. Twintig gezonde vrijwilligers kregen tijdens twee bezoeken een voedingsschema met dezelfde hoeveelheid energie en dezelfde verhouding tussen voedingsstoffen. Ze aten de avondmaaltijd om 18.00 uur of om 22.00 uur. De geplande slaaptijd was steeds van 23.00 tot 07.00 uur.[2]

Na het late diner was de glucosepiek gemiddeld ongeveer 18% hoger. Ook verbrandden deelnemers gedurende de nacht minder van het vet uit de maaltijd.[2]

Zo’n crossoveropzet is nuttig: iedere deelnemer doorloopt beide omstandigheden en fungeert daarmee als zijn of haar eigen vergelijking. Verschillen tussen personen spelen daardoor een kleinere rol.

Toch betekent een 18% hogere glucosepiek niet dat iemand 18% meer kans op diabetes heeft. Het onderzoek mat veranderingen rond een maaltijd en tijdens de nacht. Het volgde geen deelnemers die jarenlang vroeg of laat aten om te bepalen wie uiteindelijk ziek werd.

Ook je hongergevoel kan veranderen


Maaltijdtiming lijkt daarnaast invloed te hebben op hoeveel trek je ervaart.

In een andere gecontroleerde crossoverstudie, bij volwassenen met overgewicht of obesitas, vergeleken onderzoekers een vroeger met een later eetschema. Voeding, beweging, slaap en licht werden zo veel mogelijk gelijk gehouden. Bij later eten rapporteerden deelnemers meer honger en veranderden de verhoudingen tussen hormonen die betrokken zijn bij eetlust. Ook was het energieverbruik tijdens het wakker zijn lager.[3]

In vetweefsel vonden de onderzoekers bovendien veranderingen in genactiviteit die pasten bij verschuivingen in de vetstofwisseling. Dat zijn aanwijzingen voor mogelijke mechanismen. Ze bewijzen niet dat iedereen die laat eet daardoor aankomt.

Wat deze studie interessant maakt: zelfs wanneer de aangeboden voeding gelijk blijft, kan het tijdstip waarop je eet meerdere lichamelijke reacties beïnvloeden.

Waarom dit geen verbod op avondsnacks oplevert


Kleine, zorgvuldig gecontroleerde studies helpen om mechanismen te begrijpen. Ze zijn minder geschikt om één universeel eetschema voor alle studenten vast te stellen.

In het dagelijks leven verschuift vaak meer dan alleen het avondeten. Een late maaltijd kan samenvallen met een late dienst, weinig slaap of een overgeslagen lunch. Dat maakt het lastiger om effecten uitsluitend aan etenstijd toe te schrijven.

De onderzochte groepen verschillen bovendien: gezonde jonge volwassenen zijn niet hetzelfde als mensen met overgewicht, diabetes of jarenlange nachtdiensten. Een bruikbaar advies moet rekening houden met die verschillen.

Wat kun je hier als student mee?

Je kunt eens kijken of je grootste maaltijd structureel vlak voor je bedtijd valt en of dat praktisch anders kan. Bijvoorbeeld door op een lange studiedag eten mee te nemen of vóór een avonddienst een maaltijd te plannen. Zie dat als een aanpassing aan je dag, niet als een nieuwe voedingsregel waar je perfect aan moet voldoen.

Daar hoort ook de vraag bij waarom je laat eet. Is dat een bewuste keuze, of heb je eerder op de dag nauwelijks tijd genomen om te eten? Alleen de klok veranderen lost een onhandige dagindeling niet op.

De genoemde studies bepalen geen exact ideaal tijdstip voor jouw avondeten. Ze laten wel zien waarom maaltijdtiming een interessant onderdeel van voedingsonderzoek is. Als je morgen pas laat kunt koken, vertelt dat ene diner weinig over je gezondheid. Voor de wetenschap zit de belangrijke vraag vooral in de patronen die zich blijven herhalen.

Bronnen


1. Morris CJ, Yang JN, Garcia JI, Myers S, Bozzi I, Wang W, et al. Endogenous circadian system and circadian misalignment impact glucose tolerance via separate mechanisms in humans. Proc Natl Acad Sci U S A. 2015;112(17). doi:10.1073/pnas.1418955112.
2. Gu C, Brereton N, Schweitzer A, Cotter M, Duan D, Børsheim E, et al. Metabolic effects of late dinner in healthy volunteers—a randomized crossover clinical trial. J Clin Endocrinol Metab. 2020;105(8):2789-802. doi:10.1210/clinem/dgaa354.
3. Vujović N, Piron MJ, Qian J, Chellappa SL, Nedeltcheva A, Barr D, et al. Late isocaloric eating increases hunger, decreases energy expenditure, and modifies metabolic pathways in adults with overweight and obesity. Cell Metab. 2022;34(10):1486-1498.e7. doi:10.1016/j.cmet.2022.09.007.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven